Informatievaardigheden onderwijzen in perspectief

21 feb 2017

Het belang van het ontwikkelen van informatievaardigheden bij leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs wordt al jaren onderkend. Dat belang is vooral ingegeven door een complexer wordende maatschappij en de komst van het internet. Dat  heeft in de loop der jaren geleid tot een enorme toename van informatiebronnen, waarin informatie steeds weer op een andere manier is verpakt.  De SLO (stichting/nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling)  leverde in 2007 met de publicatie ‘Naar een leerlijn informatievaardigheden’ een handvat voor het onderwijs. 

Informatievaardigheden maken tevens integraal deel uit van het palet aan 21e eeuwse vaardigheden, in 2016 gepresenteerd door de SLO. Ook in het inmiddels zwaar becritiseerde onlangs gepubliceerde rapport van de commissie Schnabel, Onderwijs 2032, nemen informatievaardigheden als onderdeel van digitale geletterdheid een belangrijke plaats in. Digitale geletterdheid sluit in onderstaand model behelave op Informatievaardigheden nog het meest aan op de onderdelen Mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden en Computational Thinking.

 

Definitie

Informatievaardigheden (zoals opgenoemen in dit model) omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. In de context van 21e-eeuwse vaardigheden gaat het hierbij vaak om digitale bronnen. (SLO, 2016)

Hoe wordt dit binnen het onderwijs opgepakt en waar loop je als leerkracht in de dagelijkse praktijk tegenaan? Hoe informatievaardig zijn kinderen en jongeren? Wat is de rol van de bibliotheek? En nog belangrijker welke factoren spelen een rol bij het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs in informatievaardigheden.

Methoden voor kinderen en jongeren

Bij het opzetten van onderwijs in informatievaardigheden is van begin af aan uitgegaan van een procesmodel van opeenvolgende stappen. Het ‘Big6’ model uit 1987 is het meest bekende, vroege voorbeeld. Het IPS-i model uit 2010 borduurt hierop voort. Kort samengevat gaat dit type model uit van het gegeven, dat een gebruiker een vraag (informatieprobleem) heeft, op zoek gaat naar informatie, dit verwerkt en daarna er iets mee doet. Dat wordt uitgezet in de fasen Probleemdefinitie / Vraag bedenken – Zoeken – Informatie bekijken en beoordelen – Informatie gebruiken en Evalueren. Kenmerkend is dat dit model iteratief is, voorkennis meeneemt en toewerkt naar een eindproduct.

Deze methode is verwerkt in bijvoorbeeld “My Life Story”, een lessenserie voor leerlingen in het eerste leerjaar VMBO, vooral bedoeld ter bevordering van mediawijsheid. De nationale Jeugdkrakerscompetitie is o.a. een product van o.a. de Bibliotheek op School en is bedoeld voor de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs en voor het vmbo. Het is een zoekwedstrijd , waarbij kinderen in teamverband zelfstandig leren zoeken op het web. 

Het is niet zinvol, zo is men daar wel algemeen van overtuigd, informatievaardigheden als los onderdeel in het lesaanbod te zien. Het is beter deze zoveel mogelijk te koppelen aan vakinhoud, in een lopende leerlijn, met eenduidige, realistische opdrachten, afgestemd op het ontwikkelingsniveau, de leefwereld van het kind of de jongere.

Hoe informatievaardig zijn kinderen en jongeren?

Wat onderbelicht wordt  in deze methodische aanpak zijn voorwaardelijke elementen, die aan de processtappen ten grondslag liggen. In het onderwijzen van informatievaardigheden  wordt weliswaar beroep gedaan op andere vaardigheden uit de reeks eerder genoemde 21e eeuwse vaardigheden zoals door het SLO gedefinieerd.  En dan moet men vooral denken aan ICT basisvaardigheden en Mediawijsheid, d.w.z. het veilig en zinvol gebruik van de communicatiemogelijkheden en informatiebronnen die het internet te bieden heeft met het bijbehorend gedrag.  Maar het uitwerken van de richtlijnen en adviezen naar concrete lesprogramma’s vergt meer dan het SLO heeft omschreven .

Welke cognitieve, sociale, psychologische, persoonlijke ontwikkelingsaspecten kunnen bijvoorbeeld het zoekproces bemoeilijken? Dat kan vooral bij vraagopdrachten met betrekking tot maatschappelijk, politiek gevoelige kwesties leiden tot uiteenlopende uitkomsten en conflicten. Wat is er aan basiskennis nodig om juiste zoekwoorden te kunnen formuleren, om gevonden informatie te beoordelen. Bij kinderen tot 12 jaar spelen in het proces van informatie zoeken en verwerken andere vooral psychologische factoren een rol dan bij jongeren. Onderzoek  van de Amerikaanse universiteit van Stanford wijst  uit dat jongeren gevoelig zijn voor nepnieuws of het verschil tussen een nieuwsbericht en een advertorial niet zien. Bij kinderen spelen weer andere meer houding, gedrag gerelateerde aspecten een storende rol, ze zoeken vluchtig, gehaast, ze weten eigenlijk niet wat ze doen, ze zijn bij het bepalen van de betrouwbaarheid van de zoekresultaten geneigd vooral naar de layout van de pagina kijken en of tekst ‘betrouwbaar lijkt’. Ook het bepalen van de juiste zoekwoorden of zoekcommando’s lukt niet altijd. Lastiger wordt het als leerlingen in hun zoekproces moeten aangeven in hoeverre gevonden informatie objectief is, de bronnen betrouwbaar zijn, wat feiten en wat meningen zijn.  

De bibliotheek en informatievaardigheden

In de afgelopen 2 jaar vond vanuit het programma van de ‘Bibliotheek op school’ een breed onderzoek plaats naar informatievaardigheden onder leerlingen en leerkrachten van groep 5-8  met behulp van digitale vragenlijsten.  De uitkomst van dit onderzoek liet zien dat een substantieel deel van de leerlingen niet in staat was zelfstandig informatie te vinden,  niet van te voren nadacht waar je die informatie het best kon vinden, niet lette van wie de gevonden informatie afkomstig was en of de informatie actueel was. Een groot deel  gaf wel aan in eigen woorden weer te geven wat zij hadden gevonden.  De meisjes scoorden het beste in het achteraf, na de informatieverwerking, checken of  zij het goed hadden gedaan. Bij de antwoorden van de leerkrachten op mate van ondersteuning valt op dat dat niet goed is afgestemd op het gedrag van de leerlingen. Vaardigheden voordoen en vervolgens begeleid laten inoefenen wordt maar door ongeveer 70 % van de leerkrachten uitgevoerd. De Bibliotheek gebruikt deze monitorgegevens om de school te informeren en om in overleg vast te stellen hoe het ondersteuningsaanbod het best kan worden afgestemd   op de situatie van de school.

 ‘2 werelden, 2 werkelijkheden’    

Daarnaast zijn jongeren in het proces van informatieverwerking  vaak gevoelig  voor extreme, vaak groeps, ideologisch, etnisch of religieus gebonden standpunten en veronderstellingen, zo laat het vorig jaar gepubliceerde onderzoeksrapport  ‘2 werelden, 2 werkelijkheden’ van journaliste Margalith Kleijwegt in opdracht van minister Bussemaker ook zien.  Dat gaat niet alleen op voor jongeren maar ook voor volwassenen. Fenomenen als nepnieuws, complottheorieën, propaganda-uitingen, de inzet van ‘trollen’, beinvloeding door sociale media, zijn hand over hand toegenomen en dat vooral in politieke ideologische context.

Margalith Kleijwegt geeft aan dat meer aandacht voor de betekenis van feiten en voor degelijk brononderzoek van groot belang is om leerlingen met tegengestelde meningen dichter bij elkaar te brengen. Kennis van zoekstrategieen is daarbij nodig. Kijkend naar het gebruik van zoekmachines moeten we bijvoorbeeld constateren, dat die niet altijd  dezelfde zoekresultaten genereren. Google kijkt naar je zoekhistorie, je gedrag op internet en personaliseert op basis daarvan de zoekresultaten voor je met een ‘filterbubble’ tot gevolg, waarin de zoekresultaten steeds weer je eigen voorkeuren bevestigen. Instituten, die eens boven elke twijfel waren verheven worden niet meer vertrouwd. En dat geldt ook voor de traditionele media als de krant en televisie. Het woord van de expert, de wetenschapper wordt niet altijd meer serieus genomen. De leider van het machtigste land ter wereld geeft het voorbeeld  door er niet voor terug te deinzen aantoonbare onwaarheden te tweeten. Daar is inmiddels ook al een term  voor bedacht door de voorlichtster van de president:  “alternative fact”, hoewel zij denk ik hiermee waarschijnlijk onbewust heeft teruggegrepen op filosofe Hannah Arendt, die dit begrip al eerder, in 1951 introduceerde.  

Focus op de waarheid

We kunnen ons niet  onttrekken aan een situatie waarin de waarheid er niet meer toe doet. Waarheid hebben we nodig, het streven ernaar is wat ons bindt. Waarheid staat voor een nieuwsgierige en kritische levenshouding.  Scholen zouden niet alleen op respect en tolerantie moeten hameren maar ook op de waarheid. De school speelt een cruciale rol in het bewustmaken van wat het betekent in een democratie te leven, verantwoordelijkheid te dragen voor de gemeenschap, zich in te leven in anderen, open te staan voor verschillen tussen mensen, en dat samen met het ontwikkelen van empathische vermogens. Een sfeer van vertrouwen tussen leerkrachten en leerlingen en tussen leerlingen onderling is daarbij onontbeerlijk. Burgerschapsvorming noemen we dat, maar in het uiterste geval van radicalisering van standpunten op het gebied van geloof en politieke overtuiging is het verstandig ruimte te maken voor het onderwijzen van de mechanismen van radicalisering en rekrutering en de rol die de vervreemde leerling daarin vervult.  

Het belang van leesvaardigheid 

Wat opvalt in bovengenoemde onderzoeken  en methoden en aanbevelingen er weinig of geen relatie wordt gelegd met leesvaardigheid, met het benodigde niveau van begrijpend lezen. Hoewel mensen in hun meningsvorming, informatieverwerking tot in de hoogste kringen steeds meer afgaan op bewegend beeld, tv programma’s is informatie in tekstvorm nog steeds onontbeerlijk om je een volledig beeld te kunnen vormen van de beschikbare informatiebronnen.  Aleid Truijens ging in haar wekelijkse column in de Volkskrant zelfs zover te stellen, dat ‘Elke week een paar uur lezen en daarover praten, dat verheldert hoofd en hart meer dan vele lessen burgerschap’.   

Het verwerken van informatie kun je vaak niet los zien van meningsvorming. Meningsvorming is gebaat bij het je kunnen inleven in de mening van anderen. Daar is een woord voor: “Empathie”. Meningsvorming vergt ook het bewustzijn onderscheid te kunnen maken tussen individueel en gezamenlijk belang. Wat heeft dat met leesvaardigheid te maken? Amerikaans onderzoek wees uit dat mensen door het lezen van romans en poëzie zich beter kunnen inleven in anderen.  Het is natuurlijk niet hen enige middel aan empathische vermogens bij kinderen te ontwikkelen. De onderzoekers wilden mede de educatieve en maatschappelijke waarde aantonen van literatuuronderwijs.   

Vraagtekens bij het belang van digitale geletterdheid in het onderwijs

Ton van Haperen. lerarenopleider en publicist stelde onlangs het onderricht in digitale geletterdheid ter discussie door te stellen dat jongeren meer aan Nederlands, geschiedenis en wiskunde hebben en dat je nepnieuws vooral bestrijdt met traditioneel onderwijs. “ Vakoverstijgende vaardigheden, zoals mediawijsheid en digitale geletterdheid, de zogenaamde 21ste eeuwse vaardigheden, zijn los van schoolvakken onmogelijk effectief te onderwijzen. Omdat ze onvoldoende verankerd zijn in kennisinhoud en vakaanpak. “   
Ik ben zelf ook van mening dat de kwaliteit van de processtappen in bovengenoemde modellen informatievaardigheden gebaat is bij een passende dosis basiskennis, een gedeeld referentiekader aan kennis.  Met een verwijzing naar het artikel ‘De Googlificatie van het onderwijs leidt tot Googlificatie van de kennis’ onderschreef  Amber Walraven van de Radboud Universiteit deze voorwaarden in haar presentatie op de kenniscirkeldag van Probiblio 21e eeuwse informatievaardigheden in het primair en voortgezet onderwijs.

Groepsdenken en de kracht van menselijke oerdriften

Opvallend is dat bovengenoemde modellen voor het ontwikkelen van informatievaardigheden ook gericht zijn op individueel gerichte en uitgevoerde stappen. Ook gaat dit model niet in op de dynamiek van groepsdenken alseen optelsom van individuele verwerking van informatie. Ook is het onderwijs er traditioneel op gericht kinderen vooral als individu te zien en minder als deelnemer aan de netwerksamenleving, welke vooral door sociale media is vormgegeven.
Op welke manieren we ons rationeel, emotioneel laten beïnvloeden in het interpreteren van informatie, ons laten overtuigen  in bijvoorbeeld politieke, ideologische discussies met anderen, daar gaan deze modellen niet op in. Deskundigen proberen dit te duiden met begrippen als Gaslighting, de Freudiaanse spanning tussen het lust- en realiteitsprincipe en 'politically motivated reasoning'.
Een onlangs gehouden onderzoek naar dit laatste fenomeen toont aan  dat  het ‘je conformeren aan een groep’  in je houding ten opzichte van aantoonbaar  bewezen feiten een sterkere rol speelt dan het ‘je baseren op waarheid’,

Dat lijkt de stelling dat een goed geïnformeerde burger bij definitie de sleutel is tot een goed functionerende democratie min of meer op zijn kop te zetten. Dit al langer onderkende fenomeen wordt  ‘politically motivated reasoning’ genoemd. Het komt erop neer dat mensen vooral hun verstand inzetten om de groep te beschermen waartoe ze behoren. De drijfveer om zich te conformeren aan de groep is sterker dan de drijfveer om de waarheid onder ogen te zien. Interessant is hierop aansluitend de visie van Bas Heijne, die bij het analyseren van een campagnebijeenkomst van Trump in zijn essay 'onbehagen' het gedrag van de toehoorders gedrag herleidt  tot het, Freudiaans uitgedrukt, overbodig verklaren van het realiteitsbesef, in een radicale poging om de grens tussen individuele verlangens en een complexe buitenwereld ongedaan te maken. Waarschijnlijk dat dit ook speelt bij ideologisch of godsdienstig getinte discussies. In het eerder aangehaald onderzoek van ‘2 werelden, 2 werkelijkheden’  onder jongeren zien we deze mechanismen terug. De remedie tegen ‘politically motivated reasoning’ is volgens onderzoeker Dan Kahan een houding van, een bereidheid tot ‘nieuwsgierigheid’.  Nog enkele uitkomsten uit dit onderzoek: ‘naarmate mensen meer wetenschappelijk geïnteresseerd zijn , des te immuner zijn ze voor de aantrekkingskracht van partijdig denken’. En ‘ De wetenschappelijk geïnteresseerde is meer geneigd informatie te accepteren, die strijdig is met die waar de groep voor staat’.

Gaslighting is een vorm van psychologisch misbruik waarbij een slachtoffer, op kleine of grote schaal, aan het twijfelen wordt gebracht over zijn eigen perceptie, geheugen en psychische gezondheid. Deze begrippen worden over het algemeen in een context van de wereld van volwassenen. Kinderen en jongeren zijn gevoelig voor beinvloeding door hun omgeving, door alle informatie die hen ongefilterd via vrienden, ouders, media etc bereikt.

Met deze blog heb ik proberen aan te geven dat het onderwijs in informatievaardigheden naar mijn mening meer is dan het aanbieden van een lesprogramma waarin louter een stappenplan wordt gevolgd.

Wat betekent dit nu voor leerkrachten, voor het onderwijs, voor bibliotheken in de keuze en het aanbieden van methodes en lesprogramma’s  rond informatievaardigheden? Pasklare antwoorden kan ik niet geven, wel aandachtspunten en aanbevelingen:

Algemeen

  • Zie de 21e eeuwse vaardigheden, digitale geletterdheid waar informatievaardigheden deel van uitmaken als een coherent geheel
  • Kijk bij het kiezen, het ontwikkelen van programma’s, werkvormen of methodes, keuze van zoekmachines, thema’s zoekopdrachten naar het ontwikkelingsniveau en beleveniswereld van het kind of de jongere
  • Start in het onderwijzen van informatievaardigheden met minder maatschappelijk of politiek gevoelige onderwerpen, welke  dichtbij de belevingswereld van de kinderen en jongeren liggen. “Als je ze te jong met dit soort beelden (aanslagen) confronteert, ontstaat angst, levensangst” Jusitin Pardoen in ‘Kinderen en terreur op sociale media’
  • Koppel informatievaardigheden aan kennisinhoud en vakaanpak
  • Geef aandacht aan ‘burgerschapsvorming’
  • Ga indien nodig het ‘moeilijke gesprek’ met leerlingen aan en laat je als leerkracht daarin steunen door de schoolleiding
  • Zorg daarbij voor een sfeer van onderling vertrouwen
  • Bevorder leesvaardigheid, het lezen van literatuur
  • Geef aandacht aan beeldtaal, kinderen en jongeren laten zich niet alleen door het gedrukte woord beinvloeden in het zoeken en naar en interpreteren van informatie
  • Stimuleer leerlingen hun meningen met feiten te onderbouwen
  • Geef aandacht aan het stimuleren van nieuwsgierigheid
  • Stimuleer kinderen om hun aandacht vast te houden, dat ligt bij ieder kind anders

ICT basisvaardigheden, zorg dat leerlingen kennis en vaardigheid hebben van:

  • Knoppen, snelkoppelingen om snel te werken op computer
  • Zoekcommando’s binnen Google
  • Zoekmachines en wat ze doen (filterbubble, advertenties, nepnieuws etc)
  • Catalogi van databanken, bibliotheken

Adviezen bij concrete opdrachten informatievaardigheden (Don Zuiderman):

  • Laat kinderen zoeken op meerdere  devices, op een smartphone werkt ‘zoeken’ weer anders dan op een laptop
  • Biedt als leerkracht ondersteuning op maat, stel vragen, stuur, laat leerlingen dingen uit te leggen
  • Laat leerlingen zelf online content laten toevoegen, bijvoorbeeld op wikikids.nl, dan merken ze wat de waarde is van het plaatsen van informatie, het helpt bij het inschatten van betrouwbaarheid van informatie
  • Laat leerlingen verschillende bronnen raadplegen, internet, tijdschriften, boeken uit de bibliotheek, zelf afgenomen interviews, laat ze  bronnen  met elkaar verbinden, daardoor zijn ze in staat meerdere zoekstrategieën te gebruiken

 

Monitoring tools:

Links en bronnen:

Boeken, te leen bij de bibliotheek

ICT voor de klas (2011) door Gerard Dummer Hoofdstuk 9 over informatievaardigheden

 

Onze klas mijn wereld : theorie en praktijk van werken aan sociale competentie, taal en ICT in de groepen 1 tot en met 4 van de basisschool / Dorian de Haan & Els Schellekens. Hoofdstuk 3 Sociale competentie in het digitale tijdperk

 

 

 

Slim zoeken op internet : voor thuis, op school en waar je ook bent / Maarten Sprenger Goochelen met informatievaardigheden didactische aanwijzigingen

 

Focus! : over sociale media als de grote afleider / Justine Pardoen

 

 

 

 

 

 

Lees elders op deze blog:


 

Thank's voor je scherp onderbouwde en zeer bruikbare artikel!

Thank's voor je scherp onderbouwde en zeer bruikbare artikel!

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt spam-inzendingen te voorkomen. Let op: hoofdlettergevoelig.
Beeld-CAPTCHA
Voer de bovenstaande karakters in.