Het leerorkest als toonbeeld van gelijke kansen voor alle kinderen

03 feb 2016

Initiatiefnemer van het leerorkest  Marco De Souza had in zijn geboorteland Brazilie gezien wat het bespelen van een muziekinstrument voor kansarme kinderen betekende: erkenning, plezier en geluk. Het bespelen van een instrument en dat ook nog eens in een orkest is in kansarme milieus niet voor de hand liggend, ook niet in de Bijlmer, waar hij als directeur van een muziekcentrum veel kinderen niet naar binnen zag komen.

Daarom richtte hij tien jaar geleden het Leerorkest op. Onder schooltijd krijgen kinderen binnen het primair onderwijs één uur per week les op een geleend klassiek instrument. En ze spelen, zo snel mogelijk, samen in een orkest. Dat kinderen in de Bijlmer alleen belangstelling zouden hebben voor hiphop of  instrumenten uit hun cultuur zoals de djembé bleek niet waar te zijn. En klassieke muziek zou niet aansluiten op hun belevingswereld? Onzin, vond De Souza, in veel films zoals Harry Potter klinkt op de achtergrond orkestmuziek.

Inmiddels zijn er 36 van dit soort orkesten actief op 23 Amsterdamse scholen. En er zijn plannen de lestijd uit te breiden van één naar twee uur per week. Ook wil men het depot van het Leerorkest uitbreiden naar 10.000 instrumenten in, zodat twee keer zoveel kinderen een instrument kunnen lenen. En ook buiten Amsterdam, in de steden als Groningen en Den Bosch heeft het idee van het leerorkest navolging gekregen.

In Rotterdam is om zoveel mogelijk kinderen laagdrempelig in contact te brengen met muziekonderricht binnen het primair onderwijs o.a. ruimte gecreëerd voor zang- en instrumentale lessen door vakdocenten. Dat vindt plaats conform het SKVR traject “Ieder Kind een Instrument” onder de parapluie van ‘Overal muziek’.   

De vele onlangs verschenen berichten over het leerorkest in de media zijn vooral ingegeven door het verschijnen van een boek over 10 jaar leerorkest: Violen in de gymzaal: het klinkende succes van het leerorkest door Patrick Meershoek met prachtige foto’s door Marcel Molle, voorzien van vaak ontroerende ontboezemingen door musicerende kinderen.

Dimitri de Jong (10) uit Amsterdam Zuidoost, bariton. „Ik wilde graag bariton spelen. De tonen zijn leuk en je hoeft maar drie vingers te bewegen. Ik hoef dus niet zoveel te doen, alleen maar de knopjes indrukken. Of iets makkelijk of moeilijk is, ligt aan hoe snel de noten gaan. Als je het goed doet krijg je een opsteker van de juf of meester. Thuis heb ik een leenbariton. Ik speel niet zo vaak want ik moet veel dingen doen: judo, zwemmen, ergens naartoe of huiswerk maken. Soms speelt iemand snel een heel lage toon op de bariton. Dat is grappig, dan lijkt het een puf.”

 

 

Ieder kind een instrument: Mariaschool Rotterdam

 

Bronnen: NRC, Parool

Ga naar de afdeling bladmuziek van Bibliotheek Rotterdam voor het lenen van orkestmateriaal voor schoolorkest

 

Lees elders op deze blog:

 

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt spam-inzendingen te voorkomen. Let op: hoofdlettergevoelig.
Beeld-CAPTCHA
Voer de bovenstaande karakters in.