De illusie van de dierentuin (De Boekenneus Alek Dabrowski)

12 dec 2016
De Boekenneus steekt zijn neus graag in boeken. Hij leest fictie en non-fictie en heeft een neus voor actuele verhalen en levenslessen in de literatuur. De boekenneus is Alek Dabrowski. 
 

“Alle dierentuinen sluiten!” Het staat in het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren. Partijleider Marianne Thieme zwakt het zelf wat af. Dierentuinen moeten zich richten op tijdelijke opvang en dieren moeten uiteindelijk in hun oorspronkelijke leefgebieden worden teruggezet.

Eeuwenlang waren dierenverzamelingen privébezit van rijke lieden. Hoe exotischer de soorten, hoe meer indruk verzamelaars maakten. In de negentiende eeuw veranderde dit. ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ werd in 1857 opgericht door twee vogelliefhebbers. Een vijver met watervogels was het begin van de tuin. Zij wilden Rotterdammers kennis laten maken met de wonderen van het dierenrijk. De tuin was niet openbaar. Gegoede stadsgenoten mochten lid worden van de vereniging. In 2007 bestond de Rotterdamse Diergaarde 150 jaar. Het boek Iets grootsch & buitengewoons vertelt het hele verhaal in woord en beeld.

               

Een bijzondere periode in deze geschiedenis was de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen had de tuin te lijden onder de oorlog, ook verliep de verhuizing naar de nieuwe diergaarde in de wijk Blijdorp anders dan gepland.

Tania Heimans beschrijft in Het huis met de leeuwen de diergaarde in oorlogstijd. Het boek leest als een roman en is ook historisch juist. Het perspectief is het leven van Corry Kuiper-de Jongh, de vrouw van de directeur die in 1924 aantrad. Het directeursgezin woonde in de diergaarde, die zich bevond op de plek waar nu het Groothandelsgebouw staat. Corry zorgde voor de opvang van jonge dieren, zoals leeuw Tammo, die gezoogd werd door hond Blackie.

               

De omgang met dieren in die vooroorlogse tijd was bijzonder. Apen werden in huis genomen, kinderen konden op de rug van een olifant rijden en dieren werden kunstjes geleerd, zoals sigaren roken. In de visie van de directeur moest de nieuwe dierentuin over ruime hokken beschikken. Er werd echter gekozen voor het ontwerp van Ravensteyn, dat meer uitging van architectonische principes, krullen en symmetrie, dan van dierenwelzijn.

Over de verhuizing schreef Joukje Akveld het kinderboek Een aap op de wc. In een vrolijke optocht zouden chimpansee Phientje, leeuwenwelp Tammo, zwarte neushoorn Kali en andere dieren door de stad trekken naar de nieuwe tuin. Het liep anders. De oorlog brak uit en de tuin werd door bommen getroffen. Dieren stierven door de brand, maar er liepen ook dieren los, door de puinhopen van de stad. In de singel zwommen zeeleeuwen en op de wc zat een aap.

               

Diergaarde Blijdorp is uitgegroeid tot een grote attractie in Rotterdam. Lodewijk van Oord laat in de roman Albrecht en wij zien dat dierentuinen in hun commerciële ambities kunnen ontsporen. Edo Morel is de nieuwe directeur van Artis. De dierentuin is volgens hem op sterven na dood. Met een masterplan wil hij de tuin een nieuwe impuls geven. Onderdeel hiervan is de introductie van een der laatst levende neushoorns. De roman is realistischer dan de voorkant doet vermoeden. Zowel het uitroeien van de neushoorn als de holle managementtaal is reëel.

               

Dierentuindieren zijn lege hulzen stelt Edo. In het wild zouden zij niet overleven. In de dierentuin wil hij bezoekers het echte Afrika laten zien. Hij weet het plan goed te verkopen met praatjes over de ‘onweerstaanbare win-winsituatie voor alle betrokken partijen’. Voor veel geld koopt Edo drie neushoorns. Het mannetje Albrecht is een van hen. De bezoekersaantallen schieten omhoog. Groot en harig, dát is de toekomst; de insecten gaan eruit. Edo is een parodie op de hedendaagse manager, die nog lang niet met uitsterven wordt bedreigd. Het dilemma rond dierentuinen en natuurbehoud wordt in deze roman op een luchtige toon gebracht. Voor Edo is dierenwelzijn geen issue. Het gaat hem om het verkopen van een verhaal. Het draait om de illusie die we het publiek voorzetten.

Marc Damen was tot dit jaar directeur van diergaarde Blijdorp. De dieren zijn hier niet voor ons vermaak, is zijn overtuiging. Dierentuinen dragen bij aan een beter begrip voor de dierenwereld en het zien van dieren zet mensen aan om zich in te zetten voor natuurbehoud. Maar Damen is er nog niet uit. Hij vraagt zich soms af: “Wat bezielt mensen om dieren gevangen te houden?”

Dierentuinen zijn leuk en leerzaam om te bezoeken, maar besef dat we naar een illusie kijken van hoe dieren in het wild leven.

 

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt spam-inzendingen te voorkomen. Let op: hoofdlettergevoelig.
Beeld-CAPTCHA
Voer de bovenstaande karakters in.