In gesprek met Erasmus

23 apr 2015

“Tegenslag maakt mensen heel vroom.” Een citaat uit een boek van Erasmus. Niet zomaar een boek. Nee, het boek dat in z’n eigen tijd verreweg het populairst was en het meest werd verkocht. Als iemand tegenwoordig al een boek van Erasmus kan noemen, is dat bijna altijd Lof der Zotheid. Maar in de 16e eeuw kenden de meeste mensen een ander boek van Erasmus: Gesprekken.

Colloquia heet dat boek in het Latijn. Eigenlijk is het niet één boek. Het is geen doorlopende tekst die begint op de eerste bladzij en eindigt op de laatste. Het boek bestaat uit tientallen verschillende gesprekjes. Erasmus schreef ze ook niet in één keer. Hij deed er een kleine veertig jaar over.

Gesprekken begon als een tekst waarmee Erasmus zijn privéleerlingen Latijn leerde. Hij schreef zelf zijn eigen lesmateriaal. Deze gesprekjes zijn daarvan een voorbeeld. Door de gespreksvorm en zogenaamde spreektaal blijven de zinnen kort en is er veel afwisseling in woordkeuze en zinsbouw. Zo leren de lezers sneller meer onderdelen van de taal waarin ze deze gesprekken lezen. Voor Erasmus’ leerlingen was dat Latijn. De Nederlandse vertaling zou je nu kunnen gebruiken om inburgeraars Nederlands te leren.

Erasmus schreef de eerste gesprekjes, toen hij nog student was en onbekend. Twintig jaar later—in 1518, Erasmus was inmiddels beroemd—gaf iemand de tekst uit als gedrukt boek. Erasmus wist van niets en was verontwaardigd. Al snel zorgde hij zelf voor een betere uitgave. Hij ging ook nieuwe gesprekken schrijven. Steeds voegde hij in nieuwe uitgaven een paar nieuwe gesprekken toe. Al met al heeft Erasmus zo’n zestig gesprekken geschreven.

Gesprekken lezen vind ik de beste manier om Erasmus te leren kennen. Zo verenig je namelijk het nuttige met het aangename. Gesprekken lezen is nuttig, omdat ze samen een goed beeld geven van de onderwerpen die Erasmus aan het hart gingen: taal, gedrag en geloof—in allerlei gedaantes. Gesprekken lezen is aangenaam, omdat ze vermakelijk zijn en ook geschreven zijn om te vermaken. De stijl, dat is de schrijver zelf. Speels, kundig, humoristisch.

Neem het gesprek Schipbreuk. Meneer A vertelt aan meneer B over de schipbreuk die hij heeft meegemaakt. Zo beschrijft hij het gedrag van de mensen aan boord, als het schip dreigt te vergaan. Iemand belooft een reusachtige waskaars aan Sint Christoffel te wijden, als die hem zal redden. Zijn buurman zegt: Maar dat kun jij toch helemaal niet betalen? Het antwoord op gedempte toon (om te voorkomen dat Sint Christoffel het hoort) luidt: Als ik eenmaal veilig aan wal ben, geef ik hem nog geen vetkaars. Dat was zeker een Hollander, vraagt meneer B. Nee, zegt A, een Zeeuw.

Zo zijn er veel voorbeelden te geven. De gesprekken zijn nooit lang, een paar bladzijden per stuk. Kortom, ideaal voor op een nachtkastje of op het strand om er af en toe één te lezen. Ideaal om Erasmus te leren kennen en waarderen.

 

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt spam-inzendingen te voorkomen. Let op: hoofdlettergevoelig.
Beeld-CAPTCHA
Voer de bovenstaande karakters in.