Erasmus en de taakstraf

26 nov 2015

Laatst was in het nieuws, dat een vrouw was aangereden door een automobilist die tijdens het rijden bezig was met zijn mobiele telefoon. De vrouw verloor haar benen, haar baan en haar toekomst. De automobilist kreeg van de rechter een taakstraf van negentig uur—iets meer dan twee weken verplicht werk. Heeft dit iets met Erasmus te maken?

Concreet natuurlijk niet, maar in algemene zin wel. Het is de aloude kwestie van doel en middel. Voordat je het weet, ontaardt een middel in een doel. Dat is iets van alle tijden. Het komt in onze tijd voor. Het kwam in Erasmus’ tijd voor. In wezen was dit zelfs waar Erasmus tegen streed.

Erasmus was namelijk een overtuigde christen: hij geloofde in Jezus Christus. De bron van dit geloof is het Nieuwe Testament van de Bijbel, dat de blijde boodschap (oftewel evangelie) van Jezus vertelt. Deze tekst is het fundament van het christendom.

In de eeuwen na Jezus’ dood kreeg het christelijke geloof steeds meer aanhangers. De gemeenschap van gelovigen veranderde in een organisatie: de katholieke kerk. Bij een organisatie hoort personeel en management—en een reglement. Natuurlijk werd dat gebaseerd op de bron: het evangelie.

In de loop van de tijd werd dit reglement steeds belangrijker. Onder meer, omdat het management zijn positie en macht eraan ontleende. Ook raakte het evangelie bedolven onder een steeds dikkere laag teksten bedoeld om het evangelie te verklaren. De blijde boodschap werd een soort Pompeii.

Erasmus vond het tijd voor een opgraving. In zijn ogen was de bron uit beeld verdwenen. Bij de kenners—theologen die zich bezighielden met elkaars geleerde verklaringen van evangelie en kerkreglement. Bij de managers—kerkbestuurders die vooral bezig waren met het behouden van hun vaak machtige positie. Bij de leken—christenen die hun geloof door de kerk kregen toegediend.

Erasmus vond dus dat de middelen waren verworden tot doelen. Daarom uitte hij scherpe kritiek op de managers van de kerk—bisschoppen, kardinalen en zelfs pausen, van wie velen zich niet als christenen gedroegen. Daarom ook maakte Erasmus zijn vertaling van het Nieuwe Testament—om geschoolde christenen de kans te geven om zonder tussenkomst van de kerk zelf uit de bron van hun geloof te putten.

Berichten over rechterlijke uitspraken doen me hier soms aan denken. Rechtspraak is een middel om wie de regels van de samenleving overtreedt, rechtvaardig te straffen in het belang van de samenleving. Daarvoor is evenwicht nodig tussen daad en straf. Mevrouw Iustitia wordt niet voor niets afgebeeld met een weegschaal.

In het voorbeeld waarmee ik begon, is dat evenwicht zoek. Daar bestaan meer voorbeelden van. De rechtspraak lijkt soms een spel met eigen regels opgesteld door de spelers: rechters, advocaten en zo. Dader en slachtoffer zijn slechts de stukken van het spel en de samenleving vormt het bord—alle drie onmisbaar voor de spelers, voor wie het spel een doel op zichzelf is geworden. Maar het maatschappelijk belang lijkt dan uit beeld verdwenen. Is het misschien tijd voor een juridische Erasmus? Als het maar geen Luther wordt.

 

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt spam-inzendingen te voorkomen. Let op: hoofdlettergevoelig.
Beeld-CAPTCHA
Voer de bovenstaande karakters in.